Leven, Dood en Facebookstatussen

Een jongen die ik ken is overleden. Dit bericht bereikte mij vandaag. De jongen in kwestie, slechts 26 jaar oud, is – pardon:was- één van mijn Facebookvrienden. Dit is niet de meest accurate manier om onze relatie te karakteriseren, we kenden elkaar namelijk van de universiteit, van gedeelde interesses en bezigheden, en daardoor een gedeeld netwerk. Toch is nu het feit dat we ook vrienden waren op Facebook, cruciaal geworden

28 February 2010
By on 22:01
De Reiziger

Na zeven maanden is mijn reis in De Nieuwe Wereld ten einde. Triest en opgelucht tegelijkertijd, vraag ik mezelf af wat ik nu eigenlijk geleerd heb. Je schijnt namelijk niet meer op reis te kunnen, zonder dat je wijzer en verstandiger terug komt.

Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ook ik me enigzins schuldig heb gemaakt aan de trend ”op reis om jezelf te vinden”. Ik zou thuiskomen met een notie van wat ik de mensheid te bieden had. Mijn missie voor deze wereld mij, immense afstanden afleggend, geopenbaard worden. Afzien zou ik, maar daar zou een beloning tegenover staan in de vorm van Wijsheid, Zelfkennis, Inzicht.

Mezelf heb ik allesbehalve gevonden. Sterker nog, hoe meer plaatsen ik bezocht, des te verbaasder was ik om daar ook steeds mezelf aan te treffen. Van jungle naar woestijn en van bergen naar wereldsteden ging ik en steeds kwam de gedachte ”Hee, jij ook hier?” bij me op. In plaats van verlichte denkbeelden heb ik vooral meer en minder noodzakelijke vaardigheden opgepikt. Met enige trots kan ik bekend maken dat ik nu:

Een blikje Coca Cola kan atten, mijn weg kan vinden met een kaart, razendsnel munteenheden kan omrekenen, staand kan eten, sociaal acceptabel kan afdingen (Dit varieert van ”Can you do a bit better for me?” met een glimlach in Amerikaanse motels, tot een verontwaardigdheid ”Je maakt een grap!” voor Peruaanse straatverkopers.), tango kan dansen, twintig uur durende busritten kan uitzitten zonder wc of eten, binnen 5 minuten een tent op kan zetten, goed Spaans en beter Frans en Engels kan spreken, buiten kan koken op 1 gaspitje terwijl het vriest, en zonder adempauze een profiel van een niet-bestaande echtgenoot kan schetsen. Niet slecht, maar materiaal voor een zelfhulp boek is het niet.

Om dan maar een ander genre uit te proberen, heb ik me niet op mezelf, maar op anderen geconcentreerd. Voor wie dat filantropisch in de oren klinkt: je hebt het mis. Tot stand gekomen middels de methode van de participerende observatie, volgt hieronder een quasi-sociaalwetenschappelijke schets van De Reiziger.

De Reiziger komt in verschillende soorten en maten, maar is typisch tussen de 18 en 35 jaar oud. De jongste categorie komt direct van de middelbare school en heeft nog nooit een leven zonder maaltijden van mama gekend. De oudste categorie is zijn baan kwijt geraakt door de kredietcrisis, heeft zijn yupperige schepen achter zich verbrand en is vertrokken. Verder is De Reiziger het product van de hogere middenklasse: papa en mama zijn als leden van de babyboomgeneratie naar India, of wellicht iets dichterbij gegaan. Met hun titels op zak hebben ze middels een soepele carriere genoeg centjes voor de studies en de reizen van hun kroost opzij kunnen zetten. Hun kroost, de huidige backpackers, nemen de Beatles op hun ipod mee op reis, want dat klinkt als thuis. Als vijftienjarigen droegen ze Che Guavara-buttons, kregen daardoor zin om naar Latijns-Amerika te gaan, en kwamen er aldaar wat een eikel die Che eigenlijk was. Ze zijn verstandige reizigers, maar, resultaat van een liberale opvoeding, kunnen met al hun verstand niet begrijpen dat marihuana in Zuid-Amerika echt voor problemen kan zorgen.

De Reiziger is verder onder te verdelen in regionale sub-categorieen:

-De Brit: gaat op reis omdat het bier goedkoper is op het zuidelijk halfrond en omdat hij spectaculaire en gevaarlijke dingen uit wil proberen. Is uitermate sociaal met medereizigers, maar spreekt geen woord Spaans (of Portugees). Beweert desondanks zich prima te kunnen redden dankzij zijn communicatieve vaardigheden. Vergeet te vermelden dat dat ook te maken heeft met het universele symbool voor ”nog een rondje”.

-De Fransman: reist vaak met 1 andere reisgenoot. In een koppel maken ze gemakkelijk contact met anderen, maar hoeven ze nooit alleen te zijn. Te herkennen aan de Quechua-sportkleding, waarin hij zelfs in een club of kroeg verschijnt. De Fransman kan het reizen gemakkelijk een paar maanden volhouden vanwege het gemak waarmee hij een uitkering krijgt. En reizen met je uitkering heeft niets te maken met profiteren, maar is iets waar je recht op hebt, zo vindt de Fransman.

-De Zuid-Europeaan: heeft minder geld dan zijn buren. Reist minder planmatig en financieert zichzelf onderweg door muziek op straat te maken, sieraden te verkopen of te jongleren. Blijft significant langer op op een plek hangen. Door het gemak van Spaans of Italiaans, komt hij meer in contact met de bewoners van de Latijnse landen en door het gemis van Engels zondert hij zich meer af van medereizigers. De Zuid-Europeaan is niet op zoek naar spektakel en gevaar, maar geniet het meest van muziek, een joint en een glas rum op een plek waar je daar niet voor hoeft te betalen.

-De Noord-West Europeaan: reist vaak solo. Spreekt redelijk tot goed Spaans, dankzij de ter voorbereiding genomen lessen. In tegenstelling tot zuidelijke Europeanen, wil de Duitser, Nederlander of Scandinavier zijn route zo goed en efficient mogelijk plannen. Lang blijven hangen op plekken ziet hij als tijdverlies. Wil graag ”iets bijdragen” en geeft zich daarom op voor allerlei stages en vrijwilligersprojecten. Doet dit echter met minder hart en ziel dan Amerikanen en Zuid-Europeanen omdat deze onderneming eerder met schuldgevoel te maken heeft dan met daadwerkelijke toewijding. Is jaloers op het kalme ritme en levenslust van Latino’s, maar zou zich er nooit mee kunnen vereenzelvigen.

-De Israeli: komt vers uit het leger en wil van zijn vrijheid genieten voordat de studie begint. Laat zijn haar groeien, probeert zoveel mogelijk drugs uit en wil zoveel mogelijk wilde dieren aanraken of neer schieten. De Israeli heeft liever goed gezelschap dan dat hij zijn eigen plannen maakt en brengt daarom dagen door met kaartspelen en ketting roken in een groep van tenminste twintig anderen. Overal in Zuid-Amerika kan de Israeli hostels, reisbureau’s, restaurants en gidsen vinden die Hebreeuws kunnen. Gewend aan ”bootcamp”, gaan Israeli’s zonder problemen op dagenlange bergtochten of oerwoud verkenningen.

-De Amerikaan: spreekt geen woord Spaans maar wordt daarvoor gemakkelijk vergeven dankzij zijn royale fooien. Is extreem voorzichtig met hygiene en daardoor om de haverklap ziek en aan de antibiotica. Stelt in een restaurant minstens vijf vragen over elk gerecht dat hij overweegt te bestellen. Houdt de stemming erin bij zware bergklimmen of lange wandeltochten, omdat hij nooit iets gewoon leuk of prettig vindt, maar altijd ‘awesome’, ‘amazing’ en ‘life changing’.   

De Reiziger verblijft vooral in hostels of guest houses, waar hij tevreden is met een stapelbed in een slaapzaal, een enigzins schone douche, internetverbinding en een kluisje. Ook ik heb de meerderheid van mijn nachten in zulk soort privacy-ontberende omstandigheden doorgebracht. Om de zogenaamde sociaal-wetenschappelijkheid compleet te maken, volgen hier wat onzorgvuldige data:

Nachten doorgebracht in:

tent: 15, geparkeerde auto: 8, iemands huis: 27, ziekenhuis: 1, bus/vliegtuig/trein: 11, motel: 11, hostel/guesthouse: de rest.

Landen bezocht: Frankrijk, Peru, Bolivia, Argentinie, Uruguay, Brazilie, de Verenigde Staten.

Gebruikte transportmiddelen: bus, vliegtuig, taxi, vrachtwagen, fiets, huurauto, trein, boot, metro.

Aantal bezoeken aan dokter: 3

Aantal bezoeken aan politie: 2

De Reiziger merkt dat de afstand die je aflegt, niet altijd gelijk staat aan cultuurverschil. Mijn cultuurshock vond niet, zoals verwacht, plaats na de reis van Zuid- naar Noord-Amerika maar juist in de enkele kilometers tussen het zuiden van Bolivia en het noorden van Argentinie. Of zelfs binnen Brazilie, toen ik van Rio de Janeiro naar Salvador vloog. En hoe merkte ik, eenmaal geland in Seattle, USA, dat ik in de westerse wereld aangekomen was? Ik zag gesluierde moslima’s het straatbeeld bepalen.

Als je wilt, is de wereld een dorp waar je overal pizza’s, cuba libre’s en internet kan vinden. Waar iedereen een soort van engels spreekt en waar Bob Marley en Manu Chao over de speakers klinken. Een ding dat je daarvan kunt leren, misschien, is dat je overal thuis kunt zijn. Een ander ding echter, is dat je overal drie stappen verder de hoek om kan lopen. Dan ben je pas echt op reis. 

29 October 2009
By on 05:19
On The Road

Driving from coast to coast makes it surprisingly easy to understand American culture, even to the Eurocentric mind. A huge country in a tiny nutshell.

With hardly any money but a willing spirit, we head out from Seattle with the goal to make it to New York City in one month. Route 90 can take us all the way there, but it isn’t necessarily asphalt we are looking for. Instead, the nature of the northern States is much more of our interest. The forests of the Pacific Northwest remind of a Bob Ross painting and the Rocky Mountains full of bison, wolves and bears make you feel like a real explorer. We live in our Californian rental car, which tires make driving in the snow an adventure in itself. When night falls, we cook outside in the snow, whistling  songs to keep the grizzlies away.

Every now and then, we head back to civilisation. In our case, civilisation equals Starbucks, Subway and WalMart. Big parking lots and public restrooms is all we see from towns that all look the same. We recharge our batteries, digital, analogue and biological, and continue our way to another National Park. In the meanwhile, we cross Indian Reservations, only to be recognised by avenues full of casinos.

Gradually, we make our way from west to east. Safety restrictions and a general suspiciousness of ‘the American way’ turn us into rebellious hobos. We steal cutlery and the American version of mustard from diners. We make small talk to truckers in laundries so that we can use their detergent. And since we use the metric system, we smoke cigarettes in front of malls because we don’t know how many feet we are from the entrance anyway.

Being on the road all the time makes you question: Where did Jack Kerouac ever take a shower? How could Thelma and Louise drive into a cliff when there is arm cows everywhere? How come Uma Thurman sniffed loads of cocaine in Pulp Fiction and still drove her car perfectly? And even: how did Britney Spears manage to keep her lip gloss constantly shining in Crossroads?

 

Driving thousands of miles on the highway, the United States in all its extremities, suddenly dawns upon you as a suprisingly easy case of cultural theorising: All stuff is very far away. That means you have to drive a lot. Sitting by yourself in a car makes you bored, so you might as well stop off at the fast food restaurants along the way to get yourself a snack. Doing this all the time, makes you fat. When you’re fat, you become lazy and this is how you end up writing ‘Xing’ instead of ‘crossing’ and ‘buckle up‘ instead of ‘fasten your seatbelts‘. Being lazy doesn’t make you loose weight either, so you feel miserable being so big that you start hiding from society. (That’s easy in America, since you can order everything by phone and even if you have to buy stuff in a store, people will be nice to you because you might give them a tip.)

Finally, you end up feeling desperate, which is why people stard weird churches where they can cry, act weird and feel respected for it. In between Sundays, they put up signs along that same highway as before, telling other people that ‘Jesus is your friend’. They hoping that lonely souls like they once were themselves, read their message and take the exit to their church instead of the one to the next ‘drive thru’.  

12 October 2009
By on 05:01
Lente in San Telmo

De zon schijnt op de eerste dag van de lente op het zuidelijk halfrond en in San Telmo hangen de verleidingen in de lucht. Porteños roepen hoe precioso het weer is terwijl ze een sigaret roken op hun balkon. Er wordt wijn gedronken op de terrassen en de mannen voeren op hoge toon discussie over de kranten. Totdat de volgende vrouw voorbij loopt en men weer weet waar het leven echt om draait.

Boliviaanse immigranten sjouwen zware zakken aardappelen en vallen daarna in de zon in slaap op de lege oplaadtruck. Italiaanse ijssalons openen hun zaak vol met dulce de leche en straatmuzikanten lijken enkel voor de lol te spelen. Pseudo-intellectuelen kijken me aan, willen dat ik hun pocket-versie van De Gebroeders Karamazov op de bar zie liggen en vragen: ´Zeg, mag ik een koffie voor je bestellen?´

Van alle verleidingen, is tango de mooiste. De vrouwen van de markt meten me met veel liefde tweedehands schoenen aan en de weg naar de milonga heb ik zo gevonden. Als je uren achter elkaar danst, je rug recht en je hoofd in het stramien, begin je de kunst door te krijgen. Tango is als leren lopen: houd je evenwicht, laat je niet afleiden en stet stug je ene voor je andere voet. Hoewel met de lente in je hoofd, kun je zo alle verleidingen de baas: gewoon blijven dansen.


By on 04:43
Spiritisme in de ghetto.

In een ghetto van Salvador, volgens sommigen de gevaarlijkste stad van Brazilië, klinkt geschreeuw. Oorbellen, horloges en kettingen worden van lichamen afgerukt. Mensen duwen, trekken, smakken hard tegen de grond. Is dit een overal? Nee, het is een candomblé ceremonie.

Candomblé is een godsdienst die door de slaven vanuit Afrika mee is genomen naar Brazilië. Het is verwant aan voodoo en kent enkel binnen de staat van Bahia vele varianten. Tijdens de Portugese overheersing, was het de slaven verboden hun eigen godsdienst trouw te blijven. Niet voor één gat te vangen, gaven de Afrikanen hun candomblé-goden de namen van katholieke heiligen en konden zo doorgaan met hun praktijken. Één van die praktijken bestaat uit het ontvangen van de geesten van heiligen in het lichaam van de gelovigen. Een gelovige wordt tijdens een ceremonie in beslag genomen door de heilige en kan niet anders dan de wil van die geest opvolgen.

Maar voor het zover is, moeten er voorbereidingen getroffen worden. Een heilige komt immers niet zomaar op visite. De terreiro (zo noem je een candomblé-groep) waar op een zaterdagmiddag een ceremonie wordt gehouden ter ere van St. George, ziet er daarom prachtig uit. Het huis met rieten dak en grote ramen aan alle kanten, vormt een oase in de smerige favela van Salvador. Het plafond van de vierkante ruimte is bedekt met een eindeloze lijn van witte vlaggetjes, wat het effect van een gewelfd plafond geeft. De betegelde vloer wordt zorgzaam geveegd door de kinderen van de groep, die er vervolgens groene bladeren op strooien. Er staan rijen houten stoelen klaar (mannen en vrouwen moeten apart zitten), er hangen poppen met Afrikaanse klederdracht aan de muren en in het midden van de enige vrijgehouden muur, staat een rieten troon.

Wanneer de ceremonie begint, zal de Mãe de Santo (Moeder der Heilige) hierop plaatsnemen. Zij is de leidster van de groep en heeft deze status verworven door haar hele leven vol toewijding deel te nemen aan de candomblé-riten. De kinderen, zeker vijf, die nu assisteren bij het versieren van de ruimte en zo veel mogelijk aanwezig zijn bij de ceremonie, komen als ze groter zijn in aanmerking voor haar positie.

De terreiro bestaat uit dansers en percussiespelers. Er zijn een stuk tien vrouwelijke dansers en twee mannen. ‘Dat zijn homo´s,´ licht een vroeg aanwezige toeschouwer toe. De mannen zijn gekleed in traditionele Afrikaanse kleding, de vrouwen dragen kleurige wijde rokken, een witte blouse en hebben een witte doek om hun haren geknoopt. Het geheel ziet er heel feestelijk en vooral schoon uit.

Dit traditionele gehalte wordt ruimschoots gecompenseerd door de percussiespelers. Deze twintigers en dertigers hadden als dresscode eerder ´ghetto´ in gedachten. Één van hen is een exacte kopie van Snoop Dog en de anderen vormen zijn posse met zonnebrillen, kettingen en andere blingbling. Ook de gelovigen die geen deel uitmaken van de terreiro, nemen het wat betreft kleding niet al te nauw met de Afrikaanse roots.

Wie deelneemt aan candomblé, moet geen haast hebben. De ceremonie begint met een ruim anderhalf uur durende dans- en zingfase. De dansers bewegen zich in een kring en zingen samen met de menigte in het Yoruba, een Afrikaanse taal. Tussen twee liederen in raken ze de grond aan met hun voorhoofd of knielen voor de voeten van de Mãe de Santo, die de hele ceremonie zonder enige actie op haar troon blijft zitten. De percussiespelers zetten steeds een nieuw lied in, de dansers volgen.

Wanneer het gezang en het gedans bijna beginnen te vervelen, klinken de stemmen ineens in het Portugees. `Daime licença,` wordt er gezongen, `geef me licentie.´ Er begint een enthousiasme op te stijgen vanuit zowel de dansers als de toeschouwers. Iedereen zet met volle borst in en er hangt spanning in de lucht. De eerste danseres, één van de jongste, begint kreten uit te stoten. Er rollen r-klanken uit haar keel en ze haar hele lichaam schokt. St. George is duidelijk begonnen aan zijn zoektocht naar gastlichamen. Na deze jonge vrouw zijn achtereenvolgens één van de mannelijke dansers, een enorme man uit de toekijkende menigte, twee andere danseressen, een oudere man en een jongen van hooguit veertien jaar aan de beurt. De laatste kwam pas halverwege de ceremonie kijken, maar is binnen drie minuten volledig in beslag genomen door de heilige.

Het omgekeerde gebeurt met een vrouw van begin veertig. Zij en haar dochtertje zijn al vanaf het begin van de ceremonie aanwezig. Wanneer de heilige haar wil betreden, gaat dit langzaam en met tegensputteren. De vrouw houdt haar hoofd vast, schudt van nee en kijkt vermoeid. De danseressen echter, moedigen haar aan zich over te geven. ´Je moet nooit weerstand bieden,´ wordt later uitgelegd. ´Als de heilige jou uitkiest, is er geen weg terug.´

St. George maakt meestal als volgt zijn entrée. Zijn gastvrouw of -heer begint klanken uit te stoten, er komt een waas voor de ogen en de onderrug begint te schokken. Het evenwicht raakt verloren, waardoor de persoon in kwestie wankelt of zelfs valt. Wanneer de leden van de terreiro deze dingen signaleren, helpen ze om alle sieraden in te nemen, schoenen uit te trekken en brillen af te zetten. Bij mannen wordt het t-shirt of overhemd uitgetrokken om een Afrikaanse doek rond de borst te knopen. (Als dit de Cosmopolitan was, zou hier de term `strapless topje` gebruikt worden.)

Na deze fase van intreding, begint de extase. De gelovigen dansen wild op het ritme van de percussie, zetten nieuwe liederen in en omhelzen vol liefde iedereen om hen heen. De wisselwerking tussen de percussiespelers en de bezetenen vertoont opvallende overeenkomsten met wat er plaatsvindt tussen een DJ en een dansende menigte op XTC. In beide gevallen vindt je de uitbundigheid, de drijvende ogen en het overstromen van genegenheid.

Tot diep in de nacht gaat deze viering door. De mix van Afrikaans spiritisme, katholicisme en Indiaanse gebruiken wekt tegelijkertijd gevoelens van vervreemding en herkenning, van angst en verlangen, ja zelfs van jaloezie op. Hoe dierlijk de dans, de percussie en de klanken van de bezetenen ook klinken en hoe bovennatuurlijk de verhalen over heiligen ook lijken, de extase van candomblé is bovenal één ding: pure menselijkheid.

16 September 2009
By on 01:58
Braziliaanse bruiloft

Ik verkeerde lange tijd in de veronderstelling dat ik, ook al ben ik een Hollander, heus niet zo nuchter en calvinistisch ben. Die veronderstelling werd subiet met de grond gelijk gemaakt toen ik te gast was op een Braziliaanse bruiloft.

Ik ontmoette mijn Braziliaanse vriend Gustavo in Peru en zoals dat gaat met Brazilianen, bestond er binnen vijf minuten al geen twijfel meer over onze vriendschap. Toen ik vier maanden later mijn weg naar zijn land had kunnen vinden, was die twijfel er nog steeds niet. Vanzelfsprekend werd ik daarom na een oneindige nacht in Rio vol whisky, door Gustavo en zijn familie uitgenodigd voor de bruiloft van Gustavo´s neef. Deze zou de dag erop plaatsvinden. Mijn bezwaren (Ik kon toch niet zomaar op de bruiloft van wildvreemden verschijnen (1) in de kleding die ik in mijn rugzak meedroeg (2) terwijl ik alleen steenkolen-Portugees spreek om deze verwarrende situatie uit te leggen (3)?) werden met het grootste gemak in de wind geslagen. Het zou een plezier zijn om me te gast te hebben, een jurk kon ik lenen en zolang ik kon feesten, hoefde ik niet te praten.

Uiteindelijk liet ik me overtuigen en zo werd ik de volgende ochtend opgehaald door Gustavo. Allereerst geven we een fles champagne af bij het motel waar het bruidspaar de nacht door gaat brengen. (Brazilië stikt van de motels met ´romantische´ suites die vooral gebruikt worden door jonge stellen die nog bij hun ouders wonen en, inderdaad, prostituees en hun klanten.) Daarna volgen we de kustlijn van Rio de Janeiro om vervolgens bij het huis van Gustavo´s tante aan te komen. Het huis bevindt zich, zoals alle woningen van de hogere middenklasse, in een zwaarbeveiligd complex met zwembad, sauna en park.

In het huis stuit ik op een groep hysterische vrouwen. Deze tante´s, moeders, zussen, nichten en vriendinnen-van bekommeren zich met grote overgave om elkaars uiterlijk. De beperkte vierkante meters zijn volgeladen met bergen jurken, make-up, juwelen, krulspelden en föhns. Als ik voorzichtig opper dat ik me wellicht terugtrek uit het slagveld tot de vloot rustiger vaarwater zal vinden, word ik zonder pardon in het midden geplaatst. In het oog van de storm voel ik me een levende paspop en drie kwartier later struikel ik op mijn zojuist verworven stilettohakken, onder de make-up en behangen met parels, de kamer uit.

Schaamteloos laat (maar een begintijd is in Brazilië slechts een indicatie) komen we aan in een prachtig resort midden in een tropisch bos net buiten de stad. Alle gasten zien eruit als Barbie en Ken in St. Tropez, maar dan met een tintje. Er is me verteld dat de ceremonie seculier zal zijn, omdat het bruidspaar niet al te katholiek is ingesteld. Het officiële gedeelte neemt ruim een uur in beslag en na wel vijftig kruizen geslagen te hebben, het Onze Vader in het Portugees meegemompeld te hebben en talloze keren om de aanwezigheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest gevraagd te hebben, begrijp ik wat ´seculier´ betekent in Brazilië.

Dan kan het feest beginnen. Terwijl ik me mentaal voorbereid op een ellenlang diner waarbij ik vergeefse pogingen zou moeten doen de taalbarrière te overwinnen, komt mijn redding binnen in de vorm van een sambaband. Alle vrouwelijke gasten zijn ineens getooid met veren, de hakken worden verruild voor Havaiana-slippers, een cadeautje van het bruidspaar, en het feest barst los. Tot diep in de nacht wordt er vol overgave gedanst door jong en oud. Brazilianen hebben nooit van preutsheid op de dansvloer gehoord, dus elke millimeter ruimte tussen twee lichamen is compleet overbodig. Obers vullen constant de glazen bij met champagne en whisky, voorzien iedereen al dansend van eten en voor ik het doorheb is het tijd om naar huis te gaan.

Licht in mijn hoofd stap ik in de bus die ons terug zal brengen naar de stad. Als vanzelfsprekend blijf ik slapen in het huis van Gustavo´s tante, om de volgende ochtend aan te mogen schuiven bij een gigantisch ontbijt. De slaap nog in mijn ogen, vraag ik me af waarom alle feesten ter wereld niet zo kunnen zijn als die in Brazilië.

9 September 2009
By on 16:12
Liften is een liedje

Liften is een liedje en het refrein komt steeds weer terug: bordje met je bestemming omhoog, wees lief als je vraagt of je mee mag en verstop je grote rugzak in de berm. 1300 Kilometer moeten we, want zover is het van Puerto de Iguazu naar Buenos Aires. En mogen we vanavond niet mee, dan zetten we de tent op, koken rijst met groenten en dromen ´s nachts van luxe mercedessen.

Liften is een liedje en het klinkt in het Spaans, Engels, Hebreeuws en Nederlands. Yalla, yalla, pak je mochilla en on the road gaan we, all the way hasta Buenos Aires. Uren wacht je langs de kant, maar wanhoop niet want de volgende auto stopt wel, heus, blijf lachen. Elke kilometer helpt en zo zakken we langzaam de Ruta 14 af voorbij Eldorado, Posadas en Cruz de San José. Hier wonen gaucho´s, groeien sinaasappelen, theebladeren en hebben de mensen Duitse achternamen.

Een goedkope fles wijn dan maar, kijk het is al donker en het wordt koud. Drink bedachtzaam, sta stil op je benen want de vrachtwagens rijden hard. Eindelijk stopt er één en je slingert jezelf in de cabine. Mi amigo past er heus bij, maestro. In de haast blijft de wijn achter langs de snelweg maar het geeft niet, want wij mogen mee. 300 Kilometer zuidwaarts, vamos.

De wc´s van het benzinestation worden je badkamer en het grasveldje ernaast wordt je bed. Treurige honden volgen je naar je tent uit verveling, of is het nieuwsgierigheid, en jijzelf weet niet welke van de twee je moet voelen. Alles hier moet van A naar B, de bomen die gekapt worden aan de overkant, de spullen uit de fabrieken hiernaast en bovendien alle passanten. Hier telt: waar kom je vandaan en waar ga je naartoe? In dit niemandsland proberen we een antwoord te vinden. Waarom haasten als je overal thuis kan zijn en wat ging ik ook alweer doen in Buenos Aires? Je moet nu eenmaal een bestemming hebben, anders ben je verloren.

Maar de volgende ochtend landt een zonnestraal door de bladeren van een palmboom recht op je gezicht en is er weer hoop. ´Ik zal die rare Europese koffie van je eens proberen voor het ontbijt,´ zegt je liftpartner. ´Cappucino is een internationaal product, Oren,´ zoals alles dat verkocht wordt in alle benzinestations ter wereld. Behalve misschien de enorme thermoskannen yerba mate die klaarstaan voor de vrachtwagenchauffeurs. Één voor één waggelen ze binnen en het refrein van het liedje blijft hetzelfde: Señores, gaat één van u wellicht naar Buenos Aires?

De route van drugssmokkelaars nemen we, van bijna-Brazilië schuren we langs Paraguay richting Uruguay. Overal uniformen, controle en strenge blikken. Maar een glimlach doet wonderen en zo vragen politieagenten auto´s of ze plaats voor ons hebben en laden ze de batterij van mijn i-pod op in hun kantoor. De laatste vraag van het kruisverhoor is altijd dezelfde: ´En die jongen, dat is toch niet je vriendje hè?´ Liften is een liedje.

Alle camioneros hebben een verloren liefde om over te praten en een stoffige foto van een jong kind dat ze nooit zien. ´Tja, así es la vida, het is niet gemakkelijk in de liefde en we hebben het niet altijd voor het kiezen,´ hoor je jezelf wel duizendmaal zeggen terwijl je liftpartner ligt te ronken op het bed van de chauffeur. Maar in de verte schijnen de lichtjes van de stad Buenos Aires. Liften is een liedje en ondertussen hebben we nog maar 40 kilometer te gaan.

Soundtrack: Luca Prodan, Manu Chao, Infected Mushroom, Lou Reed, Nick Cave, Frank Sinatra.

29 July 2009
By on 18:52
Vertigo

Oké, ter herinnering: Ik was op reis gegaan om uit de ´comfort zone´ te geraken. Om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Om mijn angsten onder ogen te zien. Mezelf opnieuw uit te vinden. Dan lijkt het beklimmen van de Illimani, de op één na hoogste berg van Bolivia, een zeer logische onderneming. Toch?

In drie dagen gaan we stijgen van 4000 naar 5550 meter. Bovendien moeten we veilig terug keren. ´We´, dat zijn de francaise Alice, de zwitserse Olivia, een gids, een kok/porter en ik. Allen ruimschoots bekend met bergen, behalve ik. Dus. Daar gaan we.

De eerste dag is een eitje. We lopen drie uurtjes door een Milka-landschap vol koeien, lama´s en schapen en kamperen op slechts 4200 meter hoogte. Desalniettemin daalt de temperatuur ´s nachts tot min 15 graden. De eerste kou slaat al toe vanaf zonsondergang, om half zeven ´s avonds. Het gevolg is dat we twaalf uur lang in ons tentje liggen te bibberen. Ondanks drie paar sokken, twee broeken, twee t-shirts, drie truien, een regenjas, een muts, handschoenen en twee slaapzakken, hebben we het nog steeds koud.

Toch beginnen we vol frisse moed aan een nieuwe dag. Nu wordt het afzien: in zes uur klimmen we naar 5550 meter. De eerste paar uur gaan lekker, we lopen vooral op zand en stenen. De laatste twee uur kun je echter niet meer van lopen spreken. De steile rotswanden vragen om een andere benadering. Klauterend en klimmend als een aapje bedwing ik de scherpe stenen met mijn blote handen. Het is zoeken naar plekken om je voeten neer te zetten en proberen om niet in de gapende diepte te kijken. Aangezien zuurstof schaars wordt, stijgen we met een slakkentempo.

Eindelijk aangekomen op het ´high camp´, een plateautje tussen twee gletsjers, is het gereed maken van de tent de grootste opgave ooit. Puffend en hijgend concentreer ik me op het openen van slaapzakken en het vullen van drinkflessen met sneeuw. Trots op onze prestatie (enkel Olivia, de alpiniste, zal de technische klim naar de top aangaan) zien we een zonsondergang over het Titicaca-meer en reikt ons uitzicht over oneindige ketens van bergtoppen. Maar ik kan de rust niet helemaal aanvaarden. Gedurende de dag zijn we getuige geweest van drie lawines en bovendien prijken enkele meters van ons kamp vier kruizen, nagedachtenissen aan omgekomen bergbeklimmers. Die avond en de verdere koude nacht klinkt er constant een stemmetje in mijn hoofd: hoe kom ik in godsnaam ooit van deze berg af?

Hoe, dat zou ik gauw genoeg merken. De afdaling mag gerust mijn angstigste ervaring ooit genoemd worden. De twee uur durende klim over de rotswanden was een spannend avontuur, de terugweg is een nachtmerrie. Starend in de diepte probeer ik me vast te houden aan kleine uitstekende stukjes, maar de rotsen zijn glad en als je denkt een stabiele steen gevonden te hebben, rolt die onder de druk van je voet gelijk een kilometer naar beneden. De pedagogische kwaliteiten van onze gids zijn gerust nihil te noemen. ´Wees geen klein kind! Je moet vertrouwen hebben in je eigen voeten en handen, anders ga je zeker vallen! Je weet niet hoe je je voeten moet neerzetten, dat is gevaarlijk!´ Mijn angst voor dieptes vertaalt zich naar een zeer fysieke sensatie: ik tril alsof ik constant elektrische schokken toegediend krijg.

Maar dan is daar Edwin, de kok. Hij pakt mijn hand vast en helpt me door de afdaling heen. Een half uur nog duurt de martelgang, dan begint het gedeelte waar je je weer verticaal voort kunt bewegen. Tijdens dit half uur fluistert Edwin me bemoedigende dingen toe en wijkt hij niet van mijn zijde. De fooi die ik hem zal geven wordt in gedachten steeds groter, tot het idee van geld me tegen begint te staan. Zoals de klant die verliefd wordt op zijn prostituee haar niet meer betalen wil, maar haar cadeautjes brengt, zo wil ik hem met mijn beste glimlach mijn overgebleven voorraad chocolade te schenken.

Na een afdaling van zes uur dank ik het gehele Aymara-pantheon voor de bescherming. De blaren zijn enorm, maar de opluchting is het grootst. Voorlopig ben ik genoeg uit de ´comfort zone´ geweest en zal ik het stijgen naar hoogten vooral figuurlijk proberen op te vatten.

4 July 2009
By on 20:13
Ayahuasca, of het dilemma van de kruiwagen.

Ik bevind me in de Boliviaanse jungle. Ik hoor en zie vogels en talloze insecten. De vegetatie is zo dicht dat de hemel vrijwel aan mijn oog onttrokken wordt. Naast me brandt een kampvuur. Plotseling zie ik een man met een kruiwagen. In de kruiwagen ligt metaal. Zou het goud zijn?

De lezer vraagt zich waarschijnlijk af of ik zojuist aan het script van een wannabe-Indiana Jonesfilm begonnen ben. Integendeel: ik bevind me in een ayahuasca-trip. Ayahuasca is een psychoactief middel dat louter uit Amazoneoerwoud-planten bestaat. Het hoofbestanddeel wordt gevormd door de plant die de wetenschappelijke naam ´b.caapi´ draagt. Alleen een geoefend en ervaren oog, dat van een sjamaan, kan de planten op een verantwoordelijke manier bijeen zoeken. Na een lang proces van koken wordt zo, zonder toevoeging van enig chemisch middel, ayahuasca bereid.

Ayahuasca wordt traditioneel door de regenwoud volken van onder andere Peru, Bolivia en Brazilië gebruikt om parasieten kwijt te raken. Het heeft een sterk reinigende werking, maar doet ook spannende dingen met je hersenen. Volgens velen ´opent het de deur naar een heilige realiteit´. In aardse termen: het veroorzaakt een zeer sterke trip waarbij een neutrale en rustige omgeving absoluut noodzakelijk is.

Een heilige plant als ayahuasca, vraagt om een heilige voorbereiding. Clarine*, de française met wie ik samenreis, en ik volgen daarom braaf alle raadgevingen op. Die liegen er niet om: twee dagen van tevoren moet je vasten. De voorlaatste dag voor je trip bestaat je dieet uit vruchtensap, soep en water, de laatste dag enkel uit water. Alchohol, vlees, medicijnen, sigaretten en seksuele activiteiten zijn uit den boze. Verder wordt aanbevolen goed na te denken over wat je wilt leren van je ayahuasca ervaring.

De dag van de trip hebben we ook in geografisch opzicht een lange tocht af te leggen. In de namiddag vertrekken we samen met onze sjamaan Martin en de derde ayahuasca-kandidaat Guillaume* richting jungle. Een tocht per boot, motor en een wandeltocht van ruim anderhalf uur hakken erin op een lege maag. In  hoog tempo springen we over beken, beklimmen we rotsen en houden ons vast aan lianen. Ondertussen luisteren we naar Martin, die ons zonder enige moeite alles kan vertellen over planten en insecten die zich op meters afstand van hem bevinden. Als we bij een lege plek aankomen, zetten we tenten op, maken hangmatten vast aan bomen en stoken we een kampvuur tegen wilde dieren.

Wanneer we bij elkaar zitten, begint de ceremonie. Martin vraagt ons naar onze motivaties en achtergronden voor het gebruik van ayahuasca. Clarine en ik steken als twee frisse bloemetjes af tegen het geval van Guillaume. Na jarenlang misbruik van alcohol en drugs wil hij zijn leven beteren. Bekende verhalen van genezing en lering (Allen Ginsberg, Isabel Allende, Sting en National Geographic journalist Kira Salak bevinden zich onder de bekendste ooggetuigen van de werking van ayahuasca) wekten zijn belangstelling.

Na alle openhartigheid krijgen we ieder een kop met oranje vloeistof aangereikt. Martin blaast rook uit over de drank, slaat een kruis en gebiedt ons de portie in één keer achterover te slaan. De smaak is zonder meer weerzinwekkend en kan het best beschreven worden als een mengeling van aarde en rottend fruit. Hierna zitten we, zwijgen we en kijken we naar de kaarsen voor ons.

Een half uur later voel ik mijn lichaam zwaar worden. Een lome sensatie slaat zich als een deken om me heen en Martin verzoekt ons in de hangmatten te gaan zitten. Om mee heen kijkend in de schemering, ontwaar ik de man met de kruiwagen. Vervolgens zie en hoor ik vrouwen met lange haren en omslagdoeken naast mijn hangmat. Ze mompelen in een voor mij onbekende taal en als ik ze beter wil bekijken, zijn ze weg. Ook hoor ik tonen in mijn hoofd. Ze vermengen zich met de ontelbare geluiden van het oerwoud en vormen zo concerten. Van walkie-talkie achtige klanken ga ik via techno-muziek naar een helder hoorbare klassieke symfonie. Wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik prachtige regenbogen vol kleine boeddha-poppetjes en golven die lijken op het scherm van Windows Media Player.

Dan begint het zware gedeelte van mijn trip. Zitten wordt uitputtend en ik heb het ijskoud. Onder mijn slaapzak krul ik me op in foetushouding en prompt verlies ik alle oriëntatie. Zwevend en loodzwaar tegelijkertijd vergeet ik wat boven en onder is. Spieren in mijn borst, schouders en nek trekken samen en ik voel ontelbare miertjes over mijn gezicht lopen. Een fysieke aandrang om te huilen maakt zich zonder aanwijsbare reden van mij meester en ik geef toe. Zonder enige schaamte lig ik te janken in mijn hangmat. Geleidelijk komt de emotionele invulling van deze huilbui: ik gedenk gemaakte fouten en voel een hartverscheurende spijt. Alle sensaties overkomen me en het enige dat ik kan doen is niet bang zijn.

Zo komt een interne dialoog tot stand. Het is alsof ik twee personen ben: de ene laat de ander haar bestaan in beelden en emoties herleven. Ik zie dingen waar ik lange tijd niet meer bij stil gestaan heb: de straat waar ik opgegroeid ben, mijn eerste dagen in Amsterdam, mijn peutervoeten in sokken die de trap aflopen terwijl ik bang ben om uit te glijden. Ik denk aan mijn familie en vrienden en voel een bijna ondraaglijke behoefte bij ze te zijn.

Het is onmogelijk te vertellen hoe lang dit alles duurt. Zonder besef van tijd laat ik me door alle scènes leiden. Mijn verleden, angsten en wensen wisselen elkaar af. Uiteindelijk nemen de hallucinaties af en kom ik tot conclusies die de lezer waarschijnlijk zullen voorkomen als clichés uit Disneyfilms. Ik, met mijn sarcastische inborst, heb echter sinds mijn kindertijd niet meer met zoveel overtuiging bepaalde gedachten gekoesterd. De twee minst persoonlijke zal ik hierom, met risico op cynische reacties, bekend maken: ´je moet dingen ervaren zonder meteen conclusies te willen trekken´ en ´mensen hebben om van te houden is het allerbelangrijkste dat er bestaat´. Na deze en meer mierzoete mijmeringen, voel ik een rust die te vergelijken is met de optelsom van drie warme baden, vijf yoga-sessies, een massage en het besef dat je zojuist je scriptie voltooid hebt.

Zo land ik, na wat achteraf vier uren blijken te zijn, terug op aarde. Na een perfecte nachtrust in tenten keren we vroeg in de ochtend terug naar de beschaving. Aldaar trakteren we onszelf op het beste franse ontbijt ooit en wisselen we ervaringen uit. Clarine en Guillaume hebben vergelijkbare dingen beleefd, hoewel Clarine meer visuele hallucinaties had. Guillaume heeft bovendien heftig gebraakt, een veel voorkomende reactie die zowel bij Clarine als bij mij uitgebleven is.

Denkend aan mijn hallucinaties, blijven bepaalde dingen een mysterie. Heb ik de woorden van de vrouwen in de schemering zelf verzonnen of heb ik ze ooit gehoord? Zouden de oerwoudbewoners, die enkel de jungle kennen, onder invloed van ayahuasca ook boeddha´s kunnen zien? Zou de ontwerper van Windows Media Player ooit ayahuasca gedronken hebben? En waarom een kruiwagen? Behalve dat een kruiwagen me aan mijn vader en onze tuin doet denken, is mijn affiniteit met de kruiwagen gerust nihil te noemen. Had ik dezelfde kruiwagen gezien als ik niet van het bestaan van dit voorwerp afgeweten had? Ik geloof niet dat ik in een heilige realiteit verkeerd heb, maar ben des te meer onder de indruk van de mogelijkheden van het menselijk brein. Of, zoals de fransen aan het eind van het ontbijt besloten: ´C´était un truc de fou!´

*Deze personen heten in het echt anders.

22 June 2009
By on 20:51
Hoe kom je aan wapens in La Paz? – een handleiding

Door toedoen van meerdere factoren (1: mijn vervelende incident met een achttienjarige aanrander in Cuzco, 2: nare verhalen van medereizigers, 3: het besef dat ik binnen een paar dagen weer even zonder reisgenoot zou zitten en 4: mijn algehele paranoide inborst), wilde ik een wapen kopen. Het gehele centrum van La Paz is een markt en alles is te koop: stofzuigers, driegangenmaaltijden, lamafoetussen, horloges, hakbijlen, 32-delige serviezen en testosteroninjecties. (Dit laatste heb ik nog even overwogen.) Dus struinde ik de markt af op zoek naar een klein, handig wapen dat zelfs voor een vrouw handig te gebruiken was.

Na een vergeefse zoektocht en een verder uitermate goed besteede dag, waarin we motor gereden en rotsformaties beklommen hebben in de Valle de la Luna, aten we die avond in een Israelisch restaurant. Halverwege de humus en de falafel, kwam er een Boliviaanse vrouw binnen. Ze kwam voor ons tafeltje staan en hield haar hand op voor geld. Aan haar ogen en haar motoriek te zien was ze zwaar gedrogeerd of verstandelijk gehandicapt. Aangezien ik geen kleingeld op zak had en bovendien een hekel heb aan proactief bedelen, gaf ik haar niets. Na driemaal ‘nee, sorry, helaas’  te horen hebben gekregen, pakte de vrouw het mes van een van onze borden op. Het was een scherp mes met kartels. Ze stopte het mes in de mouw van haar wijde jas, maar zorgde ervoor dat het lemmet naar voren bleef steken, klaar om uit te halen.

Ons tafeltje stond in een nis van het restaurant en zodoende waren we ingesloten door drie muren. Ik voelde me als een kat in het nauw, stond op van mijn stoel en pakte de drie messen die nog op tafel lagen (de tafel was aanvankelijk voor vier personen gedekt). Ik hield de messen omlaag, zodat ze voor de bedelares onzichtbaar bleven. Zo keken de vrouw en ik elkaar enkele momenten aan.

Gelukkig kwam daar de serveerster aan. Ze had de situatie gadegeslagen en nam het blijkbaar ernstig op. In haar hand hield ze een klein voorwerp dat leek op een scheerapparaat, maar dat voor Amerikanen ‘taser’ heet. Het dient elektrische schokken toe en afhankelijk van waar je het apparaat plaatst, is het vervelend of zeer pijnlijk. De serveerster plaatste het apparaat op de nek van de vrouw, zij gilde en verliet op een drafje het restaurant.

Alle gasten applaudisseerden voor de dappere serveerster, die ongeveer mijn leeftijd moest hebben. Ik rook mijn kans en vroeg haar hoe ze aan het wapen kwam. Een vriend van haar vader smokkelde wapens naar Bolivia, vertelde ze. Alle wapens zijn illegaal, alhoewel de politie tolerant is ten opzichte van enkele zaken, zoals pepperspray. Op mijn verzoek bracht ze een kleine collectie vanuit de keuken naar onze tafel en ik koos een minibusje pepperspray a 3,50 euro. Zonder enig probleem werd het toegevoegd aan de rekening van ons diner. Missie geslaagd.

4 June 2009
By on 17:17